Het bruto binnenlands product (bbp) van Nederland krimpt dit jaar met 5,7 procent, zo raamt de onderzoeksafdeling van de Rabobank, om in 2021 weer met 2,9 procent te herstellen. De onderzoekers betitelen hun verwachtingen voor dit jaar als 'relatief mild' vergeleken met andere landen in de eurozone. Dit komt door een minder strenge lockdown en een goede uitgangspositie, waaronder een hoge mate van digitalisering en gezonde overheidsfinanciën. Anderzijds is het verwachte herstel vanaf de tweede helft van dit jaar gematigder dan dat in onze buurlanden. Deels is dit een logisch gevolg van de minder diepe val aan het begin van de coronacrisis. Maar het komt ook doordat Nederland relatief kwetsbaar is voor vraaguitval uit het buitenland.
Nadat de Nederlandse economie in het eerste kwartaal per saldo een krimpje van 1,7 procent (kwartaal-op-kwartaal) had genoteerd, voorziet de bank voor het tweede kwartaal een dip in het bbp van 8 procent. Het dieptepunt in de bestedingen van consumenten wordt evenzo bereikt in het tweede kwartaal, in de maanden dat een deel van de gebruikelijke uitgaven eenvoudigweg onmogelijk is door de lockdown. Daaronder bestedingen in horeca, tankstations, op evenementen en bij reisbureaus. Versoepeling van de lockdown-maatregelen leidt volgens de bank tot enig, maar niet volledig, herstel in de tweede helft van het jaar. 'Social distancing' en onzekerheid bij huishoudens over de economie en hun eigen financiële toekomst zetten immers nog steeds een rem op de uitgaven van consumenten. Al met al verwachten de onderzoekers, met de nodige slagen om de arm, dat Nederlandse huishoudens dit jaar zo'n 7 procent minder zullen uitgeven dan vorig jaar.
Economische verwachtingen voor Nederland. (bron: CBS, RaboResearch)
De diepste dip dit jaar is gereserveerd voor de horeca, die naar schatting 41 procent zal inleveren ten opzichte van een jaar terug. Voor de handel (groot- en detailhandel in food en non-food) verwacht de bank voor het gehele jaar 2020 een krimp van 7 procent. In de non-food detailhandel krijgen met name kleding- en schoenenwinkels en warenhuizen harde klappen. Online verkopen kunnen dit gedeeltelijk opvangen, maar zeker niet helemaal.
Voor de industrie wordt een voorzichtig herstel in het laatste kwartaal van dit jaar voorzien. In het kwartaal dat daaraan vooraf gaat wordt het dieptepunt verwacht, doordat veel orderportefeuilles met vertraging leeglopen. Al met al zal de industrie in 2020 naar verwachting met 10 procent krimpen.
In het eerste kwartaal van dit jaar liet de bouw nog een groei van 6 procent zien ten opzichte van het laatste kwartaal van 2019. Deze laat-cyclische sector (waar de economische gevolgen van de coronacrisis dus pas later merkbaar worden) zal pas vanaf de zomer te maken krijgen met een vermindering in activiteit. Deels doordat investeringen in (nieuwe) huisvesting door de toegenomen onzekerheid worden uitgesteld, waardoor de orderportefeuilles langzaam teruglopen, in hogere mate echter vanwege de stikstofproblematiek die in mei vorig jaar begon. Hierdoor zijn er minder vergunningen verleend, wat de bouw en dan met name de infrasector parten gaat spelen. De Rabobank verwacht dat de bouw in 2020 met 5 procent zal krimpen.
(Vloerenplein, 08-06-2020)