De arbo-omstandigheden in de woonbranche laten duidelijk een verbetering zien. Toch is de situatie nog lang niet optimaal. Die conclusie trekt WoonWerk uit een eind vorig jaar uitgevoerd onderzoek. Het onderzoek werd gedaan in opdracht van de Arbo Commissie Wonen en is een vervolg op de 0-meting uit 2010. Nog een uitkomst: parketteurs zijn gemiddeld het meest tevreden met de arbo-omstandigheden.
De aanwezigheid van persoonlijke beschermingsmiddelen en de omgang met gevaarlijke stoffen blijven aandachtspunten. Werkgevers zien de situatie rond arbo-vraagstukken rooskleuriger (nu een rapportcijfer 7,9; 2010: 7,6) dan werknemers (nu 6,5; 2010: 5,9). Uitgesplitst naar functie zijn er overigens aanzienlijke verschillen in de overall beoordeling van arbo-omstandigheden. Zo zijn parketteurs met gemiddeld een 8,2 het meest tevreden. Net als in 2010 zijn logistieke medewerkers het minst tevreden. Zij beoordelen de arbo-omstandigheden met het ‘onvoldoende’ cijfer 5,3. Woningstoffeerders geven nu een cijfer 6,4. Uitgesplitst naar deelbranche scoren kurk- en parketzaken, net als in 2010, het best op arbo-omstandigheden (8,2). De deelbranche gordijnatelier-bedrijf scoort met een gemiddeld rapportcijfer van 6,5 het laagst. Woningtextielzaken scoren 7,5, (woning)stoffeerbedrijven 7,1 en gemengde zaken 6,9.
Ruim de helft van de werkgevers heeft nog geen RIE uitgevoerd (of weet niet of dit is uitgevoerd). De animo voor een adviseur (à 25 euro) die ondersteunt bij het opstellen van de RIE, is beperkt. Slechts 18 procent van de werkgevers en 11 procent van de werknemers is bekend met de Arbo-catalogus. Bij 20 procent van de werkgevers heeft de arbeidsinspectie wel eens een bezoek gebracht aan het bedrijf. Van deze groep is 30 procent bekend met de Arbo-catalogus. Het aantal werknemers dat tevreden is over de snelheid waarmee arbo-knelpunten worden opgelost, is gestegen van 22 naar 39 procent.
Het aantal werknemers dat zware goederen moet tillen zonder hulpmiddelen (met name woningstoffeerders en logistieke medewerkers), is afgenomen van 68 naar 56 procent. De aanwezigheid van voldoende en geschikte tilhulpmiddelen is volgens de werknemers licht verbeterd: 41 procent is hierover tevreden (2010: 34 procent). Bij logistieke functies is het gebrek aan tilhulpmiddelen met 46 procent het grootst. Het aantal werknemers dat langdurig moet staan is ongeveer gelijk gebleven. 63 Procent staat weleens langer dan 1 uur aan een stuk en 58 procent wel eens meer dan 4 uur per dag. In driekwart van de gevallen is er voor hen geen verhoogde stoel of stasteun beschikbaar.
Het gebruik van VOS-houdende middelen is verder afgenomen (nu 68 procent; in 2010: 57 procent). De aanwezigheid van informatie over gevaarlijke stoffen is sterk verbeterd (nu 41 procent; 2010: 21 procent), maar veiligheidsinformatiebladen zijn nog steeds niet overal voorhanden (38 procent). Volgens werkgevers worden persoonlijke beschermingsmiddelen voldoende beschikbaar gesteld. Werknemers zien dat anders: 42 procent (2010: 29 procent). Tenslotte lijkt de aanwezigheid van preventiemedewerkers te zijn afgenomen (volgens werkgevers nu 31 procent; 2010: 52 procent). Veel werknemers (35 procent) weten niet of er in het bedrijf een preventiemedewerker is.
Minstens zo informatief als de statistiekjes, zijn de motivaties die medewerkers in de woonbranche geven voor hun rapportcijfer. Het onderzoek staat er vol mee. Om er een paar te noemen: “Over het algemeen gaat het goed, maar in sommige gevallen kan het vaak niet anders, een grote rol tapijt voor de bovenverdieping zal toch naar boven gesjouwd moeten worden.” Of: “Vaak fysiek zwaar werk, niet overal kun je tilmiddelen voor gebruiken. Een rol vinyl van 4m breed past niet in de lift. Die moet dus door het trappenhuis. Weegt 100 kg.” En om af te sluiten: “Woningstoffeerder is nu eenmaal een zwaar beroep als het op tapijt en vinyl e.d. leggen en buitenzonwering aankomt. Til- en hijsmateriaal is niet altijd inzetbaar. Daarentegen is het plaatsen van gordijnen en binnenzonwering licht werk. Dus al met al een afwisselend beroep met heel veel bewegingsafwisseling. Je hoeft in ieder geval niet naar de sportschool.” Het onderzoek is te downloaden via www.werkeninwonen.nl/arbo2013.
(Vloerenplein, 04-04-2014)