Met een volumegroei van 5 procent heeft de Nederlandse tapijtindustrie vorig jaar de lijn voortgezet van constante groei sinds 1995. Aldus meldt de Vereniging van Nederlandse Tapijt Fabrikanten (VNTF) in zijn zojuist verschenen Jaarverslag 2002. Het productievolume steeg van 155 naar 163 miljoen vierkante meter. Doordat de groei voornamelijk is geconcentreerd bij de typische ‘volume producenten’ en door een verandering in het assortiment (minder wollen tapijt en groei bij tapijt met polipropyleen vezels) schat de VNTF dat de waarde van de afleveringen vorig jaar is gedaald met 3 procent, van 843 naar 816 miljoen euro. De groei werd geheel bereikt door de nog steeds stijgende export. Als exportland van tapijt staat Nederland al jaren op de tweede plaats. Nederland heeft als productieland de derde positie op de wereldranglijst zeker gesteld, na de USA en België, mede doordat de tapijtindustrie in onze buurlanden kampt met dalende volumes. De Nederlandse consumentenmarkt voor tapijt, maar ook de totale markt voor vloerbedekking (zowel hard als zacht), is in 2002 met ongeveer 9 procent in volume gedaald. Opmerkelijk daarbij, zo blijkt uit de CBW/VNTF-Woonmonitor Vloeren, is dat de daling zich in ongeveer gelijke mate voordeed bij alle soorten vloerbedekking, wat betekent dat tapijt vorig jaar zijn marktaandeel van 42 procent op de consumentenmarkt kon behouden. De VNTF verwacht dat tapijt ook in het lopende jaar zijn marktaandeel stabiel zal weten te houden. Laminaat had in 2002 een marktaandeel van 23 procent, vinyl/zeil kwam op 20 procent, parket/planken kwam op 9 procent, linoleum/marmoleum had 5 procent van de markt. Van de ontwikkelingen op de projectenmarkt zijn geen marktcijfers bekend. De VNTF vraagt in zijn jaarverslag verder aandacht voor de milieuperformance van de tapijtbranche, voor het brancheproject competentiegericht opleiden en voor het exportplan dat is opgezet ter versterking van de positie van Nederlands tapijt in groeimarkten zoals China en Rusland.
(VNTF/Vloerenplein, 27-06-2003)