‘Onthutst over einde CAO-Wonen’
De CNV Dienstenbond is onthutst over het einde van de CAO in de wonenbranche, zo laat de vakbond weten in een persbericht. De bond schrijft daarin zeer teleurgesteld te zijn over de weigering van de werkgevers in de wonenbranche om tot een nieuwe CAO te komen. Omdat de nawerking van de vorige CAO op 1 april afliep, bevinden bijna 50.000 werknemers in de wonenbranche zich nu in een CAO-loos tijdperk. Fedde Monsma, bestuurder bij de CNV Dienstenbond, in een commentaar: “Triest dat het niet bereiken van de doelen van werkgevers moet leiden tot verslechtering van arbeidsvoorwaarden voor werknemers. Want dát betekent een CAO-loos tijdperk.” De bond recapituleert in zijn persbericht dat het CAO-overleg na een jaar van onderhandelen was vastgelopen. Daarop legde CNV Dienstenbond een eindbod voor een CAO van april 2003 tot 1 januari 2005 bij de werkgevers neer. Hierin was een loonsverhoging van 1,75 procent structureel en een éénmalige uitkering van 0,25 procent over het bruto jaarsalaris van 2003 opgenomen. Bovendien had CNV Dienstenbond toegevoegd dat ze gedurende de looptijd verder wilde praten over de principiële punten waarop het overleg was gestrand. Vervolgens kwamen ook de werkgevers - “tot ieders verbazing”, aldus CNV - met een eindbod. Monsma: “Een eigenaardige stap, waardoor de verhoudingen muurvast kwamen te zitten. CNV Dienstenbond heeft vervolgens geprobeerd om uit de impasse te komen door een onafhankelijke commissie samen te stellen, bestaande uit twee werkgevers- en twee werknemersvertegenwoordigers. Zij hebben een unaniem advies neergelegd bij de onderhandelaars van werkgevers- en werknemerszijde om toch tot een CAO te komen. Ook dit voorstel is, ondanks dat het unaniem is voorgelegd, uiteindelijk niet door de CAO-commissie van de werkgevers geaccepteerd. En daarmee is het einde van een goede CAO een feit. Men krijgt de CAO die men verdient, wordt wel eens gezegd. Als je het zo bekijkt wordt de houding van de werkgevers wel erg duidelijk.”
(CNV Dienstenbond/Vloerenplein, 26-05-2004)







er 1 mei 2004 is de heer ir. André Oosting (foto) benoemd tot Algemeen Directeur van Edel International BV te Genemuiden. André Oosting (55) zal binnen de Raad van Bestuur de operationele eindverantwoordelijkheid dragen over de divisies binnen de groep, te weten Productie, Tapijt en Grass, aldus een persbericht.
Vorige week woensdag hebben de heer J.M. Zittersteyn, Area Manager Benelux van Sika, en Menno Deutekom, directeur-eigenaar van Jamé Coatings (foto links), een overeenkomst getekend voor de verkooprechten van de parketlijmen van Sika voor de Nederlandse markt. De verkoop van deze systemen zal via Jamé gaan verlopen, die hierdoor naar eigen zeggen een uitgebreid assortiment producten voor de hout-, parket- en kurkmarkt kan aanbieden. Naast de Sika-lijmen verkoopt Jamé Coatings parket- en kurklakken en een groot assortiment onderhoudsmiddelen die ze zelf in haar fabriek in Wognum produceert. Tevens gaan twee nieuwe buitendienstmedewerkers deze producten namens Jamé vermarkten: Mano Demmers en Rob de Graaf. Beiden zijn al jaren actief in de vloerenwereld.
De laminaatfabrikanten Pergo (Zweden) en Classen (Duitsland) maakten afgelopen vrijdag bekend een langdurend partnerschap te zijn aangegaan voor alle West-Europese markten, met uitzondering van Duitsland. De overeenkomst geeft Pergo naar eigen zeggen het exclusieve recht om producten van Classen te verkopen en te distribueren, primair aan Pergo’s klanten in de retail en professionele segmenten in geheel West-Europa. Pergo kan dankzij de overeenkomst de range van zijn productaanbod verbreden. De Zweden zeggen nu de mogelijkheid te hebben om ook op middenprijs-niveau aantrekkelijke producten te kunnen aanbieden, naast de bestaande premium producten. Het voordeel voor de Classen groep is in de woorden van Pergo gelegen in een versterkte ‘exposure’ in de retail en professionele segmenten in West-Europa.
Bonar Floors meldt in een persbericht een ‘megacontract’ te hebben binnengehaald bij het Britse Ministerie van Defensie. De aanbieder noemt de order zelfs één van de grootste vloerencontracten die ooit is toegekend in Europa. Het contract voorziet onder meer in de levering van alle vloermaterialen aan de bases van het Ministerie van Defensie in Groot Brittannië en daarbuiten. Naar eigen zeggen gaat het in totaal om ongeveer een miljoen vierkante meters vloerbedekking per jaar met een waarde van circa 43,5 miljoen euro voor de eerste drie jaar, met een optie voor verlenging. Bonar Floors zal zijn eigen producten leveren, zoals Coral entreevloerbedekking uit Krommenie en Flotex, maar ook diverse producten van geassocieerde fabrikanten. Coral is overigens voor de vijfde achtereenvolgende keer winnaar geworden bij de jaarlijkse Industry Awards in Engeland in de categorie entreevloerbedekking.
Algemeen directeur Victor Frequin (foto) van Enia Carpets in Goirle is optimistisch over de toekomst. In een interview op 1 mei met het Brabants Dagblad zegt de voorman er zeker van te zijn weer méér tapijt te gaan verkopen. Dan moet volgens hem de politiek wel ophouden met zeuren over de recessie en moet Den Haag met name ervoor zorgen dat de woningbouw weer wordt losgetrokken. “Dat is al eerder besloten, maar het gebeurt niet. Bovendien ligt ook de projectmarkt nog steeds op z’n gat. Als er geen woningen gebouwd worden, wordt er ook niet verhuisd. Maar we hebben ook kunnen lezen dat wij Nederlanders vorig jaar tot 30 procent meer gespaard hebben. Er is dus wel geld.” Vorig jaar is de omzet van Enia Carpets met 4 procent gedaald, van 65 naar 63 miljoen euro. De omzet van de woonbranche als geheel daalde zoals bekend met zo’n 10 procent. Reden voor Frequin om op te merken: “We doen het dus bijna twee keer zo goed als de markt.” Frequin is ook van mening dat de tapijtindustrie in Nederland thuishoort en dat doemdenken over de voordelen van lage-lonenlanden niet aan de orde hoort te zijn. Niet in het minst vanwege de hoge transportkosten en de grondstofprijs voor tapijt, die 70 tot 80 procent van de kostprijs bepaalt. “Op de wereldmarkt ligt die prijs praktisch vast, in welk land je ook produceert. Dat levert dus bij productie ver weg niet veel op.” Enia Carpets investeert dit jaar volgens opgave van het Brabants Dagblad meer dan twee miljoen euro in machines in de fabriek in Goirle en in de aanschaf, eerder dit jaar, van garenveredelingsbedrijf Texture-Tex in Heerlen. Dat bedrijf zou inmiddels al uit de rode cijfers zijn.
WoonWerk wil namens de partners in het Arboconvenant Wonen graag in contact komen met slimme uitvinders. Die slimme uitvinders moeten oplossingen bedenken voor lastige arbeidsomstandigheden. De woninginrichting kent immers een aantal zware beroepen, aldus WoonWerk in een persbericht. Woning- en projectstoffeerders, meubelbezorgers, parketteurs, keuken- en badkamer installateurs worden fysiek soms zwaar belast. Aan de eis uit het Arboconvenant Wonen om het tilgewicht tot maximaal 23 kilo per persoon te beperken, kan soms niet worden voldaan. Hoe komt immers de bank of de kast de trap op? Hoe leg je anders linoleum of een zwaar kamerbreed tapijt? Hoe krijg je een parketschuurmachine op een bovenverdieping en hoe installeer je de steeds zwaardere onderdelen van een keuken? Het is volgens WoonWerk de bedoeling dat werkgevers, werknemers en de overheid gezamenlijk op zoek gaan naar hulpmiddelen om te tillen, te dragen, te duwen en te trekken. Daarom is een arbowedstrijd uitgeschreven met prijzen van 500 tot 3000 euro voor een hulpmiddel of een prototype van een hulpmiddel. Bovendien is voor kansrijke ontwerpen een budget en/of subsidie beschikbaar om op professionele wijze de productontwikkeling en exploitatie ter hand te nemen. Onder met motto ‘Wie tilt collega’s naar gezonder werk?’ kan iedereen aan deze prijsvraag meedoen: op persoonlijke titel, als team of uit naam van een bedrijf. Zowel binnen als buiten de woonbranche. Een inschrijfformulier kan men aanvragen bij: WoonWerk, Peter ’t Jong, Zaagmolenlaan 4, 3447 GS Woerden, tel. (0348) 494 111. Of per email: p.tjong@woonwerk.org.
Bohama in Wijchen vraagt aandacht voor de introductie van de Magnum laminaatknipper op de Nederlandse markt. Daarmee zouden zogenaamde muizentandjes, die soms optreden als gevolg van zagen, uitgesloten zijn. Het snijblad van de Magnum laminaatknipper is 50 cm breed en knipt laminaat, lamelparket, houten panelen, pvc-stroken, tapijttegels en rubber tegels tot 19 mm dik. De standaard bijgeleverde geleider maakt het bovendien mogelijk zowel in een hoek van 90 als in een hoek van 45 graden te knippen. Het handmatig te bedienen apparaat weegt 31 kilo.
Van maandag 26 tot en met woensdag 28 april vindt in de Evenementenhal te Hardenberg weer de jaarlijkse MeubelVakbeurs Noord-Oost (M.V.N.O.) plaats. De beurs is volgens de organisatie dé ontmoetingsplek voor de wonenbranche in de regio’s Noord en Oost, zeker na de integratie van de Groningse vakbeurs Woontex in 2001. De productgroepen meubelen, woningtextiel en accessoires beslaan een oppervlakte van 19000 vierkante meter. Een blik op de exposantenlijst leert dat er op vloerengebied onbetwist het een en ander te zien valt. Een greep uit de deelnemers: Ambiant Tapijt, Best Base, Béwé Tapijt, Condor, Cotap, Gelasta, Hamat, Hébéta, Interfloor, Lethem Vergeer, Mateboer en ook de ‘harde’ aanbieders Quick-Step en Witex. Volgende week meer over dit evenement op Vloerenplein.
Per 1 april 2004 is Ton van Keken (43) benoemd tot Senior Vice President Operations Europe bij Interface Europe. In deze functie is Van Keken (foto) eindverantwoordelijk voor de inkoop, productie, technische product- en procesontwikkeling en de logistiek & distributie voor de drie Europese productielocaties in Scherpenzeel (NL), Shelf (UK) en Craigavon (IRL). Van Keken volgt in deze functie Harold Gilmore op, die eind maart met pensioen is gegaan na ruim 39 jaar dienstverband in verschillende functies. Van Keken is in september 2001 bij Interface in dienst gekomen in de functie van Operations Unit Director Scherpenzeel en was verantwoordelijk voor de locatie in Scherpenzeel. Interface is naar eigen zeggen ‘s werelds grootste ontwerper en fabrikant van tegeltapijt en beoogt met zijn sustainability-beleid een voortrekker te zijn op het gebied van duurzaamheid.